|
|
Vragen van de fractie van WaterlandNatuurlijk aan het
college van burgemeester en wethouders (ingezonden op 23
juli 2026) en beantwoording daarvan door het college van
burgemeester en wethouders (114-83).
Aanleiding/toelichting:
Een aantal maanden geleden werd de Raad medegedeeld dat er
een dwangsom aan de eigenaar van de woning aan de Rozewerf 1
op Marken was opgelegd. Wij hebben hierover een aantal
vragen aan het college:
Vraag 1
Was dit een dwangsom onder last?
Antwoord 1
Ja. Het college heeft een last onder dwangsom opgelegd aan
de eigenaar, de heer Zuurbier, en aan de betrokken BV.
Dit betekent dat beide partijen zijn opgedragen om de
noodzakelijke werkzaamheden aan het rijksmonument uit te
voeren en daarmee de overtreding te beëindigen. Aan het niet
uitvoeren van deze verplichting is een geldbedrag verbonden.
Als deze verplichting niet, niet volledig of niet op tijd
wordt uitgevoerd, wordt een dwangsom verbeurd.
Het college heeft de last aan beide partijen opgelegd omdat
zij beiden als overtreder zijn aangemerkt. Daarmee wilde het
college ervoor zorgen dat alle partijen die verantwoordelijk
zijn voor het beëindigen van de overtreding daadwerkelijk in
beweging komen.
Een last onder dwangsom is een handhavingsmiddel. Het doel
daarvan is niet om te straffen, maar om ervoor te zorgen dat
een overtreding wordt beëindigd en de noodzakelijke
maatregelen worden uitgevoerd. Als volledig en op tijd aan
de last wordt voldaan, hoeft de dwangsom niet te worden
betaald.
Vraag 2
Is de dwangsom inmiddels betaald?
Antwoord 2
Nee. De verbeurde dwangsommen zijn tot op heden niet
betaald.
De gemeente is inmiddels bezig met de invordering van de
verbeurde dwangsommen. Voor deze invordering is een
gerechtsdeurwaarder ingeschakeld.
De gerechtsdeurwaarder bevindt zich momenteel in de fase
waarin wordt onderzocht op welke vermogensbestanddelen
beslag kan worden gelegd om de verschuldigde bedragen te
innen. Dit traject loopt nog en kan daarom enige tijd in
beslag nemen.
Vraag 3
Zo ja, wat was de hoogte van het bedrag?
Antwoord 3
Er is in totaal € 250.000,- aan dwangsommen verbeurd op
grond van het besluit. Dit bedrag is nog niet door de
gemeente ontvangen. De invordering van de verbeurde
dwangsommen loopt via een gerechtsdeurwaarder.
Vraag 4
Zo nee, welke actie gaat het college nemen om alsnog de
dwangsom te innen?
Antwoord 4
De gemeente is al gestart met de invordering van de
verbeurde dwangsommen. Hiervoor is een gerechtsdeurwaarder
ingeschakeld.
De gerechtsdeurwaarder voert namens de gemeente het
invorderingstraject uit. Dit traject loopt nog. De
gerechtsdeurwaarder kan de verbeurde dwangsom invorderen
door middel van een dwangbevel. Indien betaling uitblijft,
kan de gerechtsdeurwaarder overgaan tot het leggen van
beslag, bijvoorbeeld op een
bankrekening of op onroerende zaken. De duur van het verdere
traject is afhankelijk van het verloop van de invordering en
kan daarom vooraf niet nauwkeurig worden bepaald. Daarnaast
staat voor de heer Zuurbier nog de mogelijkheid open om
bezwaar te maken tegen de invorderingsbeschikking. Indien
hij van deze mogelijkheid gebruikmaakt, kan dit gevolgen
hebben voor het verdere verloop van het traject.
Het college volgt de voortgang van de invordering. Het feit
dat de last onder dwangsom zowel aan de heer Zuurbier als
aan de betrokken BV is opgelegd, is onderdeel van de
handhaving. Beide partijen zijn als overtreder aangemerkt en
zijn daarom afzonderlijk aangesproken om de overtreding te
beëindigen. Het
doel hiervan is om ervoor te zorgen dat de noodzakelijke
werkzaamheden aan het rijksmonument daadwerkelijk worden
uitgevoerd.
De invordering van de verbeurde dwangsommen staat los van de
verplichting om de werkzaamheden uit te voeren. Het betalen
van een verbeurde dwangsom betekent namelijk niet dat de
overtreding mag blijven bestaan. De verplichting om het
rijksmonument in stand te houden blijft bestaan.
Vraag 5
Kan het college een onteigeningsprocedure in gang zetten?
Antwoord 5
Het college kan de mogelijkheden voor onteigening
onderzoeken en de voorbereiding van een
onteigeningsprocedure in gang zetten. De
onteigeningsbeschikking zelf wordt echter genomen door de
gemeenteraad.
Onteigening kan echter niet alleen worden ingezet omdat de
eigenaar het monument onvoldoende onderhoudt of omdat
verbeurde dwangsommen niet worden betaald. Voor onteigening
gelden afzonderlijke wettelijke voorwaarden. Er moet onder
meer sprake zijn van een concreet belang bij de
ontwikkeling, het gebruik of het beheer van de fysieke
leefomgeving.
De gemeente beschikt binnen het bestaande handhavingstraject
nog over andere mogelijkheden. Naast de reeds opgelegde
lasten onder dwangsom kan bijvoorbeeld bestuursdwang worden
ingezet. Bij bestuursdwang kan de gemeente, als aan de
wettelijke voorwaarden wordt voldaan, zelf maatregelen laten
uitvoeren om de overtreding te beëindigen. De kosten daarvan
kunnen vervolgens op de overtreder worden verhaald.
Bestuursdwang ligt binnen het huidige handhavingstraject dan
ook meer voor de hand dan onteigening. Onteigening is een
ingrijpend en afzonderlijk instrument en komt pas in beeld
als daarvoor een concreet doel bestaat en aan de wettelijke
voorwaarden wordt voldaan. De gemeente heeft inmiddels
lasten onder
dwangsom opgelegd en er zijn dwangsommen verbeurd. De
invordering daarvan loopt via een gerechtsdeurwaarder. Het
feit dat de handhaving tot nu toe nog niet tot het gewenste
resultaat heeft geleid, kan worden betrokken bij de
beoordeling welke verdere maatregelen nodig zijn.
Als uit de beoordeling blijkt dat verdere handhaving nodig
is, kan het college besluiten om bestuursdwang toe te
passen. Tegelijkertijd kan worden onderzocht of onteigening
in deze situatie juridisch mogelijk en noodzakelijk is,
zodat de gemeente ook voor de langere termijn duidelijk
heeft welke mogelijkheden er zijn.
Daarbij geldt dat, voordat tot onteigening kan worden
overgegaan, eerst moet blijken dat minnelijke verwerving
geen haalbare optie is.
Als uit het onderzoek blijkt dat onteigening in deze
situatie juridisch mogelijk, noodzakelijk en urgent is, kan
het college de gemeenteraad hierover een voorstel
voorleggen. De gemeenteraad beslist vervolgens over het
nemen van een onteigeningsbeschikking. Deze beschikking moet
daarna nog door de bestuursrechter worden bekrachtigd.
De gemeente zal de situatie niet laten voortduren. Het
college blijft de beschikbare handhavingsmiddelen inzetten
en blijft zich inzetten om ervoor te zorgen dat de
overtreding daadwerkelijk wordt beëindigd en het
rijksmonument behouden blijft.
Samenvattend
Het college heeft ervoor gekozen om zowel de heer Zuurbier
als de betrokken BV als overtreder aan te spreken met een
last onder dwangsom. Hiermee is binnen het
handhavingstraject ingezet op het daadwerkelijk uitvoeren
van de noodzakelijke werkzaamheden aan het rijksmonument.
Omdat niet tijdig en volledig aan de lasten is voldaan, zijn
dwangsommen verbeurd. De gemeente heeft inmiddels een
gerechtsdeurwaarder ingeschakeld om de verbeurde dwangsommen
te innen. Dit invorderingstraject loopt nog en kan enige
tijd duren. Daarnaast blijft de verplichting bestaan om de
noodzakelijke werkzaamheden aan het rijksmonument uit te
voeren. Het betalen van een dwangsom maakt de overtreding
namelijk niet ongedaan.
|
|